Ik graaf zo diep in ’s mensens wezen
Op zoek naar hun achillespezen,
Hun zwakke plek die ik ontbloot
Als zag ik daar een entrecote,
Doorweefd – of moet het zijn: doorwoven?
Zou ik hem bakken, zou ik hem stoven? –
Maar wacht, ik dwaal weer af…
’t Is toch wel straf, ’t is toch wel straf.
Ik graaf zo diep in ’s mensens wezen
Op zoek naar hun achillespezen,
Hun zwakke plek die ik ontbloot
Als zag ik plots in infrarood
Dwars door hun hele psyche…
Of neen, dat is een cliché.
Ik graaf dus diep in ’s mensens wezen
Op zoek naar hun achillespezen.
Zo graaf ik dieper nog dan ’t bot…
Maar gaat dat bot dan niet kapot?
En speelt mijn fantasie me parten?
En zou ik dan niet beter starten
Met: ‘Ik graaf zo diep in ’s mensens wezen
Op zoek naar hun achillesprothese?’
Allez, komaan, weer van tevoren,
Een meesterwerk wordt hier geboren!
Ik graaf zo diep in ’s mensens wezen
Op zoek naar hun achillespezen…
Ik graaf als in een waterput…
Ach… Zut!
IM,
(= IJzeren Maagd)
Daar moet je toch wel even van slikken, hé mijn ijzeren maagdje? Ik drijf het spelletje wel érg ver hé? Vooral dat einde… Dat zijn toch geen grapjes meer hé?
Voortdurend duikt het volledig witte blad uit je website weer op in je gedachten. Levensloop: blanco…
Heeft de vent die zich Chris Marlowe noemt je levensloop inderdaad gewist? Op het eerste gezicht lijkt dat onmogelijk. In dat geval dient hij immers je wachtwoord te kennen… en dat kent niemand, daar let je wel voor op! Die vriendelijke vent van op de krant die je website heeft geïnstalleerd, heeft zelfs even discreet het hoofd afgewend toen je het wachtwoord intikte!
Maar ík ken jouw wachtwoord, schatje… Geloof je me nu als ik zeg dat ik àlles van je weet? Ik ken je wachtwoord…
Je schudt het hoofd. Deductie. Dat moet het zijn. ‘Hij is er achter gekomen door simpelweg te deduceren…’ Waar is zij beroemd mee geworden? Haar wekelijkse radiopraatje. Hoe luidde de titel van deze kritische radiofonische parel? Met de pen in de aanslag… Een wachtwoord mag maar zeven aanslagen tellen… A1-A2-N3-S4-L5-A6-G7.
Voilà, zo simpel is het. Denk je.
Maar zo simpel is het niét, schatje. En ergens diep in jou weet je dat maar al te best.
Tot nu toe heb je er nooit echt bij stilgestaan toen ik het had over de levensloop op je website die was verdwenen. Hij heeft gewoon gezien dat die foetsie is en maakt daar nu dankbaar gebruik van, dacht je, door te beweren dat híj die gewist heeft. Maar nu ik je zo ronduit bedreigd heb en je er wat dieper bent over gaan nadenken…
‘Als hij mijn levensloop gewist heeft, moet hij mijn wachtwoord kennen.’
Ik ken je wachtwoord, dat is nu wel bewezen. De stelling dat ik je levensloop eigenhandig gewist heb, mag dus allerminst afgeschreven worden als louter bluf.
Maar àls ik je wachtwoord ken, kunnen dan ook mijn andere stellingen nog beschouwd worden als louter bluf? Dat ik alles van je weet, om maar iets te zeggen. Omdat ik je zie. Omdat ik je voor me zie. Voortdurend. Lichaam en geest. Omdat ik in je kijk. Omdat ik een inkijkje heb in je ziel. Omdat ik…
Rarara, wie ben ik?
Of beter: wàt ben ik?
Ik beweer Chris Marlowe te zijn… en je moet het toegeven – zij het met de nodige tegenzin – dat ik zowat dezelfde stijl hanteer van Chris Marlowe: lange, vloeiende zinnen met veel herhalingen, afgewisseld met korte frases, melodieus en ritmisch, bijna muzikaal. Ze lijken probleemloos uit zijn pen te vloeien en je bent daar altijd een beetje afgunstig op geweest: jij die elke zin moet slijpen en polijsten voor hij eindelijk een beetje leesbaar wordt.
Natuurlijk heb je in je Verzamelde Kritieken altijd wat smalend gedaan over dat ‘stijltje’ van Chris Marlowe. Je hebt mij ervan beschuldigd goedkope effecten na te jagen. Dat stijltje, schreef je, was toch niets meer dan een laagje glitter om een gebrek aan diepgang te maskeren? Dat stelde toch niks voor dan wat oppervlakkige Spielerei met de taal? Maar in wezen werd die kritiek, net zoals die hele Verzamelde Kritieken van jou, je ingegeven door pure jaloezie, mijn schatje, geef het maar toe.
Nijd. Afgunst. Dat zijn de sleutelwoorden. Afgunst omdat ik een dichter ben en jij nooit een dichteres zult zijn, zelfs al doe je nog zo hard je best. Men wordt nu eenmaal als dichter geboren… of als kritikaster (m/v).
Als ik schrijf, schrijf ik met een souplesse die men ook terugvindt bij lange afstandslopers. Omdat zij voorbestemd zijn om te lopen, zoals ik voorbestemd ben om te schrijven. Omdat dit – schrijven - mijn meest natuurlijke houding is. Wat van jou allerminst gezegd kan worden, neem dat maar van me aan.
Je hebt datzelfde moeiteloze en soms mateloze leegvloeien aangetroffen in de boeken van Chris Marlowe, en nu vind je dezelfde kenmerken terug in mijn brieven… ‘Alsof het voldoende is dat hij achter zijn computer gaat zitten,’ denk je, ‘en dat als gevolg van dié handeling alleen al de zinnen in een niet te stuiten opwelling uit hem wegstromen… Zomaar…’
En daar zit je nu.
Daar zit je een tijdje stom te staren naar je computer.
Sinds een goeie maand heb je een nieuwe PC, een prachtding dat – zoals dat meestal het geval is met die prachtdingen – af en toe gemene kuren heeft. Zo blokkeert je CD-rom speler geregeld, met nu en dan een nare crash tot gevolg. De elektronische hulpdiensten hebben je verteld dat het wel een virus zal zijn…
Een virus…
Het Chris Marlowe Virus.
Wat weet je eigenlijk van Chris Marlowe?… Wat iedereen weet: zo goed als niks, dus. Dat hij geen interviews toestaat, behalve die ene keer toen hij wel met een aantal fans wilde chatten. (Vraag: ‘Hebt u ook specifieke rituelen voor u met de schrijfarbeid begint?’ – Antwoord: ‘Ja, ik zet mijn tekstverwerker aan.’)
Er zijn geen foto’s, geen persoonlijke gegevens van hem bekend. Hoe oud hij is, hoeveel minnaars/minnaressen (schrappen wat niet past) hij heeft versleten, welk soort muziek zijn voorkeur wegdraagt, of hij voor de legalisering van softdrugs is en of hij slaapt in boxer shorts of pyjama.
Hij schuwt kwebbelprogramma’s op de radio en hij mijdt televisie-optredens als de pest. Hij is een geest. Een ghost-writer in de meest oorspronkelijke zin van dat woord. (‘Alleen het werk is van belang,’ zei hij nog tijdens dat chatmoment op het Internet. ‘Alleen het werk…’)
Lijkt hij écht op de historische Christopher Marlowe?
Je vraagt het je af.
Het CM Virus
(= IJzeren Maagd)
Daar moet je toch wel even van slikken, hé mijn ijzeren maagdje? Ik drijf het spelletje wel érg ver hé? Vooral dat einde… Dat zijn toch geen grapjes meer hé?
Voortdurend duikt het volledig witte blad uit je website weer op in je gedachten. Levensloop: blanco…
Heeft de vent die zich Chris Marlowe noemt je levensloop inderdaad gewist? Op het eerste gezicht lijkt dat onmogelijk. In dat geval dient hij immers je wachtwoord te kennen… en dat kent niemand, daar let je wel voor op! Die vriendelijke vent van op de krant die je website heeft geïnstalleerd, heeft zelfs even discreet het hoofd afgewend toen je het wachtwoord intikte!
Maar ík ken jouw wachtwoord, schatje… Geloof je me nu als ik zeg dat ik àlles van je weet? Ik ken je wachtwoord…
Je schudt het hoofd. Deductie. Dat moet het zijn. ‘Hij is er achter gekomen door simpelweg te deduceren…’ Waar is zij beroemd mee geworden? Haar wekelijkse radiopraatje. Hoe luidde de titel van deze kritische radiofonische parel? Met de pen in de aanslag… Een wachtwoord mag maar zeven aanslagen tellen… A1-A2-N3-S4-L5-A6-G7.
Voilà, zo simpel is het. Denk je.
Maar zo simpel is het niét, schatje. En ergens diep in jou weet je dat maar al te best.
Tot nu toe heb je er nooit echt bij stilgestaan toen ik het had over de levensloop op je website die was verdwenen. Hij heeft gewoon gezien dat die foetsie is en maakt daar nu dankbaar gebruik van, dacht je, door te beweren dat híj die gewist heeft. Maar nu ik je zo ronduit bedreigd heb en je er wat dieper bent over gaan nadenken…
‘Als hij mijn levensloop gewist heeft, moet hij mijn wachtwoord kennen.’
Ik ken je wachtwoord, dat is nu wel bewezen. De stelling dat ik je levensloop eigenhandig gewist heb, mag dus allerminst afgeschreven worden als louter bluf.
Maar àls ik je wachtwoord ken, kunnen dan ook mijn andere stellingen nog beschouwd worden als louter bluf? Dat ik alles van je weet, om maar iets te zeggen. Omdat ik je zie. Omdat ik je voor me zie. Voortdurend. Lichaam en geest. Omdat ik in je kijk. Omdat ik een inkijkje heb in je ziel. Omdat ik…
Rarara, wie ben ik?
Of beter: wàt ben ik?
Ik beweer Chris Marlowe te zijn… en je moet het toegeven – zij het met de nodige tegenzin – dat ik zowat dezelfde stijl hanteer van Chris Marlowe: lange, vloeiende zinnen met veel herhalingen, afgewisseld met korte frases, melodieus en ritmisch, bijna muzikaal. Ze lijken probleemloos uit zijn pen te vloeien en je bent daar altijd een beetje afgunstig op geweest: jij die elke zin moet slijpen en polijsten voor hij eindelijk een beetje leesbaar wordt.
Natuurlijk heb je in je Verzamelde Kritieken altijd wat smalend gedaan over dat ‘stijltje’ van Chris Marlowe. Je hebt mij ervan beschuldigd goedkope effecten na te jagen. Dat stijltje, schreef je, was toch niets meer dan een laagje glitter om een gebrek aan diepgang te maskeren? Dat stelde toch niks voor dan wat oppervlakkige Spielerei met de taal? Maar in wezen werd die kritiek, net zoals die hele Verzamelde Kritieken van jou, je ingegeven door pure jaloezie, mijn schatje, geef het maar toe.
Nijd. Afgunst. Dat zijn de sleutelwoorden. Afgunst omdat ik een dichter ben en jij nooit een dichteres zult zijn, zelfs al doe je nog zo hard je best. Men wordt nu eenmaal als dichter geboren… of als kritikaster (m/v).
Als ik schrijf, schrijf ik met een souplesse die men ook terugvindt bij lange afstandslopers. Omdat zij voorbestemd zijn om te lopen, zoals ik voorbestemd ben om te schrijven. Omdat dit – schrijven - mijn meest natuurlijke houding is. Wat van jou allerminst gezegd kan worden, neem dat maar van me aan.
Je hebt datzelfde moeiteloze en soms mateloze leegvloeien aangetroffen in de boeken van Chris Marlowe, en nu vind je dezelfde kenmerken terug in mijn brieven… ‘Alsof het voldoende is dat hij achter zijn computer gaat zitten,’ denk je, ‘en dat als gevolg van dié handeling alleen al de zinnen in een niet te stuiten opwelling uit hem wegstromen… Zomaar…’
En daar zit je nu.
Daar zit je een tijdje stom te staren naar je computer.
Sinds een goeie maand heb je een nieuwe PC, een prachtding dat – zoals dat meestal het geval is met die prachtdingen – af en toe gemene kuren heeft. Zo blokkeert je CD-rom speler geregeld, met nu en dan een nare crash tot gevolg. De elektronische hulpdiensten hebben je verteld dat het wel een virus zal zijn…
Een virus…
Het Chris Marlowe Virus.
Wat weet je eigenlijk van Chris Marlowe?… Wat iedereen weet: zo goed als niks, dus. Dat hij geen interviews toestaat, behalve die ene keer toen hij wel met een aantal fans wilde chatten. (Vraag: ‘Hebt u ook specifieke rituelen voor u met de schrijfarbeid begint?’ – Antwoord: ‘Ja, ik zet mijn tekstverwerker aan.’)
Er zijn geen foto’s, geen persoonlijke gegevens van hem bekend. Hoe oud hij is, hoeveel minnaars/minnaressen (schrappen wat niet past) hij heeft versleten, welk soort muziek zijn voorkeur wegdraagt, of hij voor de legalisering van softdrugs is en of hij slaapt in boxer shorts of pyjama.
Hij schuwt kwebbelprogramma’s op de radio en hij mijdt televisie-optredens als de pest. Hij is een geest. Een ghost-writer in de meest oorspronkelijke zin van dat woord. (‘Alleen het werk is van belang,’ zei hij nog tijdens dat chatmoment op het Internet. ‘Alleen het werk…’)
Lijkt hij écht op de historische Christopher Marlowe?
Je vraagt het je af.
Het CM Virus
DE RECENSENTE
Wanneer ik mijn recensies schrijf
Wordt ’t mij soms zwaar te moede.
Denk niet dat ik als tijdverdrijf
Daar uren zit te broeden!
Wat is er slecht, wat is er puik,
Dat is verdraaid niet simpel.
Zodra ik zit plooit in mijn buik
Dan ook een dikke rimpel.
En ik denk na, ik storm brain
Tot beide oren tuiten.
Dan grijp ik naar een dobbelsteen,
Ik gooi en hij zal stuiten.
Maar neen, ook dat is te riskant,
Stel dat ik dan zal loven
Een boek dat in een andere krant
Vol walg werd weggeschoven.
Het is dus veiliger, lijkt mij
Om alles af te kraken.
Met wat goeie raad erbij
Zal ik wel indruk maken.
Wanneer ik mijn recensies schrijf
Wordt ’t mij soms zwaar te moede.
Denk niet dat ik als tijdverdrijf
Daar uren zit te broeden!
Wat is er slecht, wat is er puik,
Dat is verdraaid niet simpel.
Zodra ik zit plooit in mijn buik
Dan ook een dikke rimpel.
En ik denk na, ik storm brain
Tot beide oren tuiten.
Dan grijp ik naar een dobbelsteen,
Ik gooi en hij zal stuiten.
Maar neen, ook dat is te riskant,
Stel dat ik dan zal loven
Een boek dat in een andere krant
Vol walg werd weggeschoven.
Het is dus veiliger, lijkt mij
Om alles af te kraken.
Met wat goeie raad erbij
Zal ik wel indruk maken.
Het Verzameld Werk van Chris Marlowe
De boeken die je van Chris Marlowe te recenseren hebt gekregen, heb je achteraf steevast naar De Slegte gedragen. Als we je Verzamelde Kritieken mogen geloven, tenminste. In werkelijkheid bewaar je die natuurlijk gewoon op zolder.
Je bent er nog even wezen in snuffelen. Zonde dat je ze destijds meestal alleen maar diagonaal gelezen hebt. Drie boeken heeft Chris Marlowe tot dusver gepubliceerd. Stuk voor stuk bestsellers, eerst in eigen land, daarna ook daarbuiten. Stuk voor stuk historische griezelromans.
Zijn debuut – Vrouwenvel – was geïnspireerd door een anecdote die Edmond de Goncourt (één van de broertjes Goncourt, ook bekend dank zij de naar hen vernoemde, meest prestigieuze literaire prijs van Frankrijk) in 1862 in zijn dagboek verhaalde: ‘Vandaag heb ik een gek, een monster, een van die mensen op de rand van de afgrond bezocht. Door hem heb ik, als door een gescheurde sluier, een glimp opgevangen van een gruwelijke geaardheid, een angstaanjagende kant van de Engelse aristocratie: wreedheid in de liefde en losbandigheid die pas geniet bij het laten lijden van een vrouw.'
Het monster over wie Edmond het hier heeft, is niemand minder dan Fred Hankey, die de broertjes Goncourt erop attent maakte dat Parijs minder amusant was dan Londen, omdat je in die stad een huis kon vinden waar je meisjes de zweep kon geven.
Deze Hankey liet zijn boeken graag in mensenhuid inbinden, het liefst in een huid die van een levende vrouw was gestroopt. Hij kloeg erover tegen de broertjes Goncourt dat het vaak nogal moeilijk was aan een dergelijk artikel te komen, maar gelukkig had zijn vriend Richard Burton – de ontdekkingsreiziger die onvervaard door de binnenlanden van Afrika trok op zoek naar de bronnen van de Nijl, en ondertussen ook nog de tijd vond om onder meer de Sprookjes van 1001 Nacht en de Kama Sutra te vertalen - hem beloofd dergelijke huiden voor hem te bemachtigen… van levende negerinnen.
Het hoofdpersonage uit Vrouwenvel koopt op een veiling een boek dat ooit aan deze Fred Hankey heeft toebehoord – een vertaling door Richard Burton van de Kama Sutra. Wat het exemplaar zo waardevol maakt, is dat het inderdaad werd ingebonden in leer, vervaardigd uit ‘vrouwenvel’. Liefkozend laat het hoofdpersonage zijn handen over deze zeer merkwaardige cover glijden… en niet alleen in zijn verbeelding, maar ook in de werkelijkheid lijkt de vrouw aan wie deze huid ooit heeft toebehoord, tot leven te komen…
Je hebt dit debuut van Chris Marlowe ‘het werk van een pervert’ genoemd. Weet je nog, schatje? ‘Hij pretendeert te schrijven over een sensualiteit die de dood overstijgt, in een sensuele taal. Maar vergis u niet: hier is een vrouwenhater aan het woord, een onversneden racist, een labiele geest. Oh… de horror!’
En je hebt gelijk, politiek correct ben ik nooit geweest. Dat was Christopher Marlowe evenmin, hoewel een begrip als ‘politiek correct’ in zijn tijd nog niet was uitgevonden. Als dat wel het geval was geweest, zou men hem ongetwijfeld eveneens ‘een vrouwenhater’, ‘een onversneden racist’ en ‘een labiele geest’ hebben genoemd. Het zijn omschrijvingen die trouwens ook van toepassing zijn op William Shakespeare. Maar dat is niet meer dan logisch. Ware kunstenaars hebben nu eenmaal lak aan dit soort lauwe en laffe morele oprispingen.
Op de achterflap van Het Heilig Gebroed van Brugge, de tweede roman van Chris Marlowe, lees je het volgende: ‘Een mislukt schrijver van griezelverhalen ontvangt van “een vurige fan van zijn werk” het dagboek van een zestiende eeuws inquisiteur, die destijds zijn eigen vrouw ontmaskerd heeft als zijnde een heks en haar ook op de brandstapel heeft gezet. Wanneer hij het portret van deze vrouw onder ogen krijgt, die als twee druppels water op zijn eigen echtgenote lijkt, staat het voor hem vast: hij heeft al zijn tegenslagen te danken aan zijn vrouw… die een heks is.’
Merkwaardig aan deze roman is, dat hij eigenlijk is geschreven als een toneelstuk. In een ‘proloog’ houdt een dokter de volgende korte toespraak: ‘Dames en heren… Zoals u wellicht weet, staat dit centrum vooral bekend om zijn experimentele behandeling van psychische aandoeningen als schizofrenie, mythomanie en paranoia. Door middel van de techniek van het psychodrama, trachten wij de patiënten inzicht te verschaffen in de omstandigheden die hebben geleid tot hun psychisch trauma, om op deze wijze tot een therapeutisch proces te komen. Onder toezicht van speciaal hiervoor opgeleid personeel en met de hulp van streng geselecteerde acteurs en actrices, spelen zij als het ware “de rol van hun leven”. (…) Vanavond, dames en heren, zult u getuige zijn van een dergelijke proeve van experimentele psychotherapie… Mag ik u voorstellen: Het Heilig Gebroed van Brugge…’
Maar is het – bij nader inzien – zo merkwaardig dat ik deze roman in de vorm van een toneelstuk heb geschreven, mijn ijzeren maagdje? Als ik ben wie ik beweer te zijn – niet alleen Chris Marlowe, maar ook Christopher Marlowe – is dat alleen maar logisch. Alweer. Christopher Marlowe was immers in de eerste plaats toneelschrijver.
De Blauwe Tavernier ten slotte, is het relaas van de vervloekte Hope Diamant, die al zijn eigenaars in het ongeluk stortte. De narigheid begon al meteen nadat de Franse ontdekkingsreiziger Jean-Baptiste Tavernier de 112,5 karaat safierblauwe steen ontvreemdde uit een Hindoetempel in Birma, waar hij eeuwenlang had gefonkeld als het alziende oog in een beeld van de afgod Rama. Tavernier verzilverde het pronkstuk na zijn terugkeer in Frankrijk, waar de diamant aangekocht werd door Lodewijk XIV, de Zonnekoning. Kort na de transactie stierf Tavernier aan een onbekende ziekte.
De steen maakte deel uit van de Franse kroonjuwelen en werd gedragen door Marie Antoinette, de echtgenote van Lodewijk XVI – tijdens de Franse Revolutie verloren beiden hun hoofd onder de guillotine. Later kwam het kostbare kleinood in het bezit van de Engelse bankier Henry Thomas Hope, die de diamant ook zijn nieuwe naam gaf. De familie Hope werd gedurende verscheidene decennia bezocht door allerlei onheil – echtscheiding, moord, brand, bankroet, alcoholisme.
De steen verhuisde naar Frankrijk: zijn nieuwe eigenaar pleegde prompt zelfmoord. Vervolgens was het de beurt aan de Russische prins Kanitovsky, die het juweel voor een avond leende aan een actrice van het revuetheater Folies-Bergères. Wellicht in een vlaag van aan waanzin grenzende jaloezie kogelde hij haar nog dezelfde avond neer vanuit zijn loge; een paar dagen later werd Kanitovsky door enkele Russische opstandelingen neergestoken.
Een Grieks juwelier stortte in een ravijn kort nadat hij de diamant verwierf; de sultan van Turkije, Abdoel Hamid II, bijgenaamd ‘Abdoel de Vervloekte’ kocht het juweel voor een duizelingwekkend bedrag en werd vervolgens onttroond. Zijn landgenoot Habib Bey liet de diamant tentoonstellen in Londen; zelf verdronk hij toen een Frans lijnschip nabij Singapore verging. En zo ging dat maar door en door…
Tegenwoordig ligt de edelsteen veilig opgeborgen in het Smithsonian Institute in Washington. In zijn roman laat Marlowe de diamant stelen door een professionele juwelendief, die vervolgens in de steen de meer dan drie eeuwen oude geschiedenis van bloed en lijden weerspiegeld ziet, waarin koningen en bedelaars, dieven en vrouwen van lichte zeden tot waanzin worden gedreven. Hij identificeert zich zodanig met de voormalige bezitters van de steen dat hij niet anders kan dan het volgende slachtoffer van de vervloekte Hope Diamant worden.
‘In de drie boeken die Chris Marlowe tot dusver gepubliceerd heeft, tekent zich een duidelijke lijn af. Het zijn telkens verhalen waarin geflirt wordt met metempsychose of zielsverhuizing; zijn personages zijn paranoïde schizofrenen en/of perverte mythomanen,’ zei je in een cultureel correct laatavondprogramma op de televisie, waarin je iedere week een literair item behandelde in je rubriek Meningen van een Dom Blondje.
Maar laat mij je dit vragen, mijn geprefereerde dom blondje: ‘Wat krijg je als honderd domme blondjes bij elkaar gaan staan?’
Massahysterie.
De boeken die je van Chris Marlowe te recenseren hebt gekregen, heb je achteraf steevast naar De Slegte gedragen. Als we je Verzamelde Kritieken mogen geloven, tenminste. In werkelijkheid bewaar je die natuurlijk gewoon op zolder.
Je bent er nog even wezen in snuffelen. Zonde dat je ze destijds meestal alleen maar diagonaal gelezen hebt. Drie boeken heeft Chris Marlowe tot dusver gepubliceerd. Stuk voor stuk bestsellers, eerst in eigen land, daarna ook daarbuiten. Stuk voor stuk historische griezelromans.
Zijn debuut – Vrouwenvel – was geïnspireerd door een anecdote die Edmond de Goncourt (één van de broertjes Goncourt, ook bekend dank zij de naar hen vernoemde, meest prestigieuze literaire prijs van Frankrijk) in 1862 in zijn dagboek verhaalde: ‘Vandaag heb ik een gek, een monster, een van die mensen op de rand van de afgrond bezocht. Door hem heb ik, als door een gescheurde sluier, een glimp opgevangen van een gruwelijke geaardheid, een angstaanjagende kant van de Engelse aristocratie: wreedheid in de liefde en losbandigheid die pas geniet bij het laten lijden van een vrouw.'
Het monster over wie Edmond het hier heeft, is niemand minder dan Fred Hankey, die de broertjes Goncourt erop attent maakte dat Parijs minder amusant was dan Londen, omdat je in die stad een huis kon vinden waar je meisjes de zweep kon geven.
Deze Hankey liet zijn boeken graag in mensenhuid inbinden, het liefst in een huid die van een levende vrouw was gestroopt. Hij kloeg erover tegen de broertjes Goncourt dat het vaak nogal moeilijk was aan een dergelijk artikel te komen, maar gelukkig had zijn vriend Richard Burton – de ontdekkingsreiziger die onvervaard door de binnenlanden van Afrika trok op zoek naar de bronnen van de Nijl, en ondertussen ook nog de tijd vond om onder meer de Sprookjes van 1001 Nacht en de Kama Sutra te vertalen - hem beloofd dergelijke huiden voor hem te bemachtigen… van levende negerinnen.
Het hoofdpersonage uit Vrouwenvel koopt op een veiling een boek dat ooit aan deze Fred Hankey heeft toebehoord – een vertaling door Richard Burton van de Kama Sutra. Wat het exemplaar zo waardevol maakt, is dat het inderdaad werd ingebonden in leer, vervaardigd uit ‘vrouwenvel’. Liefkozend laat het hoofdpersonage zijn handen over deze zeer merkwaardige cover glijden… en niet alleen in zijn verbeelding, maar ook in de werkelijkheid lijkt de vrouw aan wie deze huid ooit heeft toebehoord, tot leven te komen…
Je hebt dit debuut van Chris Marlowe ‘het werk van een pervert’ genoemd. Weet je nog, schatje? ‘Hij pretendeert te schrijven over een sensualiteit die de dood overstijgt, in een sensuele taal. Maar vergis u niet: hier is een vrouwenhater aan het woord, een onversneden racist, een labiele geest. Oh… de horror!’
En je hebt gelijk, politiek correct ben ik nooit geweest. Dat was Christopher Marlowe evenmin, hoewel een begrip als ‘politiek correct’ in zijn tijd nog niet was uitgevonden. Als dat wel het geval was geweest, zou men hem ongetwijfeld eveneens ‘een vrouwenhater’, ‘een onversneden racist’ en ‘een labiele geest’ hebben genoemd. Het zijn omschrijvingen die trouwens ook van toepassing zijn op William Shakespeare. Maar dat is niet meer dan logisch. Ware kunstenaars hebben nu eenmaal lak aan dit soort lauwe en laffe morele oprispingen.
Op de achterflap van Het Heilig Gebroed van Brugge, de tweede roman van Chris Marlowe, lees je het volgende: ‘Een mislukt schrijver van griezelverhalen ontvangt van “een vurige fan van zijn werk” het dagboek van een zestiende eeuws inquisiteur, die destijds zijn eigen vrouw ontmaskerd heeft als zijnde een heks en haar ook op de brandstapel heeft gezet. Wanneer hij het portret van deze vrouw onder ogen krijgt, die als twee druppels water op zijn eigen echtgenote lijkt, staat het voor hem vast: hij heeft al zijn tegenslagen te danken aan zijn vrouw… die een heks is.’
Merkwaardig aan deze roman is, dat hij eigenlijk is geschreven als een toneelstuk. In een ‘proloog’ houdt een dokter de volgende korte toespraak: ‘Dames en heren… Zoals u wellicht weet, staat dit centrum vooral bekend om zijn experimentele behandeling van psychische aandoeningen als schizofrenie, mythomanie en paranoia. Door middel van de techniek van het psychodrama, trachten wij de patiënten inzicht te verschaffen in de omstandigheden die hebben geleid tot hun psychisch trauma, om op deze wijze tot een therapeutisch proces te komen. Onder toezicht van speciaal hiervoor opgeleid personeel en met de hulp van streng geselecteerde acteurs en actrices, spelen zij als het ware “de rol van hun leven”. (…) Vanavond, dames en heren, zult u getuige zijn van een dergelijke proeve van experimentele psychotherapie… Mag ik u voorstellen: Het Heilig Gebroed van Brugge…’
Maar is het – bij nader inzien – zo merkwaardig dat ik deze roman in de vorm van een toneelstuk heb geschreven, mijn ijzeren maagdje? Als ik ben wie ik beweer te zijn – niet alleen Chris Marlowe, maar ook Christopher Marlowe – is dat alleen maar logisch. Alweer. Christopher Marlowe was immers in de eerste plaats toneelschrijver.
De Blauwe Tavernier ten slotte, is het relaas van de vervloekte Hope Diamant, die al zijn eigenaars in het ongeluk stortte. De narigheid begon al meteen nadat de Franse ontdekkingsreiziger Jean-Baptiste Tavernier de 112,5 karaat safierblauwe steen ontvreemdde uit een Hindoetempel in Birma, waar hij eeuwenlang had gefonkeld als het alziende oog in een beeld van de afgod Rama. Tavernier verzilverde het pronkstuk na zijn terugkeer in Frankrijk, waar de diamant aangekocht werd door Lodewijk XIV, de Zonnekoning. Kort na de transactie stierf Tavernier aan een onbekende ziekte.
De steen maakte deel uit van de Franse kroonjuwelen en werd gedragen door Marie Antoinette, de echtgenote van Lodewijk XVI – tijdens de Franse Revolutie verloren beiden hun hoofd onder de guillotine. Later kwam het kostbare kleinood in het bezit van de Engelse bankier Henry Thomas Hope, die de diamant ook zijn nieuwe naam gaf. De familie Hope werd gedurende verscheidene decennia bezocht door allerlei onheil – echtscheiding, moord, brand, bankroet, alcoholisme.
De steen verhuisde naar Frankrijk: zijn nieuwe eigenaar pleegde prompt zelfmoord. Vervolgens was het de beurt aan de Russische prins Kanitovsky, die het juweel voor een avond leende aan een actrice van het revuetheater Folies-Bergères. Wellicht in een vlaag van aan waanzin grenzende jaloezie kogelde hij haar nog dezelfde avond neer vanuit zijn loge; een paar dagen later werd Kanitovsky door enkele Russische opstandelingen neergestoken.
Een Grieks juwelier stortte in een ravijn kort nadat hij de diamant verwierf; de sultan van Turkije, Abdoel Hamid II, bijgenaamd ‘Abdoel de Vervloekte’ kocht het juweel voor een duizelingwekkend bedrag en werd vervolgens onttroond. Zijn landgenoot Habib Bey liet de diamant tentoonstellen in Londen; zelf verdronk hij toen een Frans lijnschip nabij Singapore verging. En zo ging dat maar door en door…
Tegenwoordig ligt de edelsteen veilig opgeborgen in het Smithsonian Institute in Washington. In zijn roman laat Marlowe de diamant stelen door een professionele juwelendief, die vervolgens in de steen de meer dan drie eeuwen oude geschiedenis van bloed en lijden weerspiegeld ziet, waarin koningen en bedelaars, dieven en vrouwen van lichte zeden tot waanzin worden gedreven. Hij identificeert zich zodanig met de voormalige bezitters van de steen dat hij niet anders kan dan het volgende slachtoffer van de vervloekte Hope Diamant worden.
‘In de drie boeken die Chris Marlowe tot dusver gepubliceerd heeft, tekent zich een duidelijke lijn af. Het zijn telkens verhalen waarin geflirt wordt met metempsychose of zielsverhuizing; zijn personages zijn paranoïde schizofrenen en/of perverte mythomanen,’ zei je in een cultureel correct laatavondprogramma op de televisie, waarin je iedere week een literair item behandelde in je rubriek Meningen van een Dom Blondje.
Maar laat mij je dit vragen, mijn geprefereerde dom blondje: ‘Wat krijg je als honderd domme blondjes bij elkaar gaan staan?’
Massahysterie.
Telefoontap
Wat voorafging:
Wat voorafging:
Het Domme Blondje belt naar de uitgever van Chris Marlowe. (Zij gaat er namelijk vanuit dat deze mailtjes onmogelijk kunnen afgescheiden worden door een evenwichtige geest. Stel dat dit alles toch een wansmakelijke grap zou zijn van de échte Chris Marlowe. ‘Mesjogge Marlowe’ heb je hem genoemd in de kritiek die De Blauwe Tavernier tot pulp moest herleiden. ‘Mesjogge Marlowe heeft het nodig gevonden nog maar eens een bestsellertje af te scheiden. Oh… de horror!’)
dom blondje (doet haar best om haar meest ijzige toon te vinden): U weet toevallig niet waar uw successchrijver zich in zijn vrije uurtjes zoal mee bezighoudt?
uitgever: Pardon?
dom blondje: Ik heb het over Chris Marlowe.
uitgever: O.
dom blondje: En?
uitgever: Nee, dat weet ik niet.
dom blondje: Hebt u er enig benul van, meneer, dat ik uw schandaalauteur bij uitstek voor de rechtbank kan dagen wegens smaad en eerroof… en misschien ook wegens stalking?
uitgever: Zeg maar… Waarover hébt u het eigenlijk?
dom blondje: Dat vertel ik u later wel nog eens. Voorlopig zou ik het op prijs stellen, indien u zo goed zou willen zijn mij de coördinaten van Chris Marlowe ter beschikking te stellen.
uitgever: De coördinaten van Chris Marlowe?
dom blondje: Zijn echte naam. Zijn adres. Zijn telefoonnummer.
uitgever: Dat is euh… onmogelijk, mevrouw.
dom blondje: Juffrouw. Waarom?
uitgever: Alle correspondentie tussen onze firma en Chris Marlowe verloopt via een anoniem email-adres.
dom blondje: Hotmail?
uitgever: Ja.
dom blondje: Waar om het even wie een mailadres kan openen onder om het even welke naam?
uitgever: Dat is correct.
dom blondje: Maar hoe betaalt u hem dan in godsnaam al die royalties voor al die rotboeken uit?
uitgever: Een anonieme buitenlandse bankrekening…
Maar dat had ik je toch ook zélf kunnen verklappen, schatje? Voor die informatie had je mijn arme uitgever heus niet nodig! Gebruik je informatiesnelweg toch!
Oké… dat is ook weer geregeld, neem ik aan. Einde van het spoor dat je dacht gevonden te hebben. Einde van het glimpje hoop dat je meende te zien oplichten aan het eind van de donkere tunnel waarin je terecht bent gekomen. Ook voor zijn uitgever is Chris Marlowe a perfect stranger, een illustere onbekende.
Nu probeer je wanhopig enige orde aan te brengen in de chaos van je gedachten:
* Wie verschuilt zich achter de schuilnaam Chris Marlowe?
* De échte schrijver Chris Marlowe… of iemand anders?
* Wie komt er in aanmerking om je op deze manier te kakken te zetten/ de stuipen op het lijf te jagen/ het bloed onder de roodgelakte nagels vandaan te pesten?
Je weigert nog steeds te geloven in mijn goddelijke gave: dat ik je zie, met het alziende oog van de ziel; dat ik je innerlijke stem hoor met mijn innerlijk oor.
Je verkiest het nog steeds te geloven in minuscule verborgen camera’s, in afluisterapparatuur die her en der in huis en misschien zelfs tot in je wagen toe moet zijn verstopt.
Best wel paranoïde hoor, zoals je je post doorneemt op zoek naar sporen die erop kunnen wijzen dat ze werd geopend.
Je durft je huis niet meer uit, want je bent bang dat ik daarbuiten op de loer lig met mijn verrekijker-met-infrarood-televizier… en ik zoom in, zoom in, zoom in op jou.
Maar ook in huis voel je je niet langer veilig, want waar heb ik mijn kijk- en luisterspeeltjes in godsnaam verstopt?
Je hebt al twee keer grote schoonmaak gehouden.
Je hebt de spiegel in je badkamer met je ladyshave aan diggelen gegooid. Scherven brengen geluk, zeker?
Je hebt niets gevonden dat ook maar in de buurt komt van een kijk- of luisterspeeltje. O ja, een verloren oorbel… dat wel (die was onder de sofa gerold).
Je denkt: ‘Ik moet iets over het hoofd gezien hebben. Misschien heeft hij zijn alziende ogen verstopt in mijn kijkkastje, zijn alhorende oren in mijn stemmendoos.’
Je demonteert televisie en radio. Je prutst je leeslamp open. Je staat een tijdje broeierig naar je koelkast te staren, maar laat die dan toch maar met rust. Nu valt je blik op je personal computer.
Je kunt àl die apparaten toch niet demonteren? (Toch wel… In een paranoïde vlaag van regelrechte waanzin, bijvoorbeeld.)
In je gedrag tekent zich een duidelijke lijn af. Je flirt met metempsychose of zielsverhuizing. Je bent een personage geworden uit een roman van Chris Marlowe: een paranoïde schizofreen of een perverte mythomaan, kies zelf maar uit.
Zou het je niet veel rustiger stemmen, mijn dom blondje, als je van me aannam, zonder tegenstribbelen, dat ik je kan zien? Dat ik je kan zien, waar en wanneer ik dat wil? Dat ik je innerlijke stem afluister met mijn innerlijk oor?
Wij tweetjes zitten nu eenmaal op dezelfde golflengte. Hello, I love you, will you tell me your name? En die golflengte van ons, die wordt prettig gestoord. Do you read me?
Zodra je zo ver heen bent – dat je gelooft dat ik je kan zien en kan horen, dat ik je gevoelens kan voelen en je gedachten kan denken - hoeft al deze treurige poespas niet langer.
Lever je gewoon aan mij over, schatje… en alles is voorbij.
Lever je gewoon over aan mijn wensen, mijn verzuchtingen, mijn plannen met jou… en alles komt in orde met ons.
Dan hoef jij je niet langer zorgen te maken over deze… randfenomenen. Als je niet oplet, drijven ze je nog tot het soort krankzinnigheid dat je mij tot drie keer toe – namelijk telkens naar aanleiding van het verschijnen van een nieuw boek – in de schoenen hebt geschoven… En dat zou je toch niet willen, hé? Dat zou je toch niet willen?
Maar nee, nee, nee… Je denkt nog steeds – tegen beter weten in - dat je mij, dat je dit virus dat steels in je systeem is geslopen, te lijf kunt gaan met puur rationele middelen.
Jij, de IJzeren Maagd – 100% ratio, 0% emotie.
Het irrationele laat zich evenwel niet bekampen met de wapens van de ratio, schatje. Een emotie laat zich niet tot zwijgen brengen door de rede. Een geest sla je niet knock out en een spook kun je niet opsluiten.
Ik ben overal & nergens, ik heb je gevangen in mijn World Wide Web en je bent aan mijn grillen overgeleverd, liefje, ook al is dat nog niet volkomen tot je brein van domme blondje doorgedrongen.
Je ontsnapt niet aan mij. Ben jij de vlieg, dan ben ik de spin. Hello, I love you, will you tell me your name?
Stel nu, denk je… Stel dat de pulpschrijver Chris Marlowe niét achter deze mailtjes zit die door ene Chris Marlowe werden gesigneerd… wie dan wel?
Wie komt, behalve Pulphoofd Marlowe, nog in aanmerking om mij op deze manier te jennen?
Als je deze oorlog wil winnen, moet je in de aanval gaan – denk je. Moet je die stalker van je vinden voor hij besluit je levensloop niet alleen virtueel te wissen.
Uithuilen bij de politie heeft geen zin. Gesteld dat je het idee al zou kunnen verdragen dat perfecte vreemden, via deze mailtjes, in je diepste, intiemste zelf zouden kijken en in je onwelriekende innerlijke potjes roeren… Nee, dan nog… Dan nog zou de politie niks voor jou kunnen doen.
Deze oorlog moet je alleen winnen. En je kunt het alleen van me winnen door in de aanval te gaan. Denk je. Door je stalker te ontmaskeren voor hij jou geheel en al ontmaskert.
Wie komt er, behalve Pulpkop Marlowe, zoal in aanmerking om je op deze wijze te stalken?
Je pijnigt je hersenen van dom blondje.
Je meent over een paar aanwijzingen te beschikken: hij of zij moet hoe dan ook in staat geweest zijn de levensloop op je website te wissen. Daar had hij of zij een geheime code voor nodig. Wie kende je wachtwoord, behalve jijzelf? Niemand. (Paranoïde bedoening hé: straks ga je er jezelf nog van verdenken jezelf te stalken – dat zou aardig schizofreen zijn op de koop toe, haha!)
Niemand?
Tenzij Stefaan, die knappe informaticus van de krant waar je voor werkt, de blik toch niet helemààl afgewend heeft toen je dat wachtwoord van je intikte… of daar op een andere, slinkse en voor een computeranalfabeet onachterhaalbare wijze achter gekomen is.
Stefaan… Zou het kunnen? Is het mogelijk?
Je hebt hem een paar jaar geleden een blauwtje laten lopen. Hij was getrouwd. Niet fanatiek, beweerde hij. Maar jij had zo je scrupules. (In werkelijkheid ben je altijd alleen maar bang geweest voor een al te diepgaande intieme relatie, zowel op het vleselijke vlak als in het domein van het geestelijke, omdat je die intimiteit van jou niet wil verliezen, omdat je die intimiteit van jou voor jezelf wil houden, omdat je niet wil dat ànderen, dat buitenstaanders, dat perfecte vreemdelingen in jouw stinkende innerlijke potjes roeren en walgend het hoofd afwenden van de walmen die daaruit opstijgen.)
Stefaan.
Is dit de Wraak van die o zo vriendelijke, best wel knappe Stefaan?
Hij heeft het je nooit kwalijk genomen, beweerde hij. Zei zelfs dat hij je volkomen begreep. Dat jullie in ieder geval vrienden konden blijven.
Nu ja, vrienden… Kennissen dus. Collega’s die aardig blijven voor elkaar.
Stefaan is een Internaut.
Stefaan is een computerfreak.
Stefaan is informaticus… informatie vergaren is zijn vak.
Stefaan is een technisch wonderkind.
dom blondje (doet haar best om haar meest ijzige toon te vinden): U weet toevallig niet waar uw successchrijver zich in zijn vrije uurtjes zoal mee bezighoudt?
uitgever: Pardon?
dom blondje: Ik heb het over Chris Marlowe.
uitgever: O.
dom blondje: En?
uitgever: Nee, dat weet ik niet.
dom blondje: Hebt u er enig benul van, meneer, dat ik uw schandaalauteur bij uitstek voor de rechtbank kan dagen wegens smaad en eerroof… en misschien ook wegens stalking?
uitgever: Zeg maar… Waarover hébt u het eigenlijk?
dom blondje: Dat vertel ik u later wel nog eens. Voorlopig zou ik het op prijs stellen, indien u zo goed zou willen zijn mij de coördinaten van Chris Marlowe ter beschikking te stellen.
uitgever: De coördinaten van Chris Marlowe?
dom blondje: Zijn echte naam. Zijn adres. Zijn telefoonnummer.
uitgever: Dat is euh… onmogelijk, mevrouw.
dom blondje: Juffrouw. Waarom?
uitgever: Alle correspondentie tussen onze firma en Chris Marlowe verloopt via een anoniem email-adres.
dom blondje: Hotmail?
uitgever: Ja.
dom blondje: Waar om het even wie een mailadres kan openen onder om het even welke naam?
uitgever: Dat is correct.
dom blondje: Maar hoe betaalt u hem dan in godsnaam al die royalties voor al die rotboeken uit?
uitgever: Een anonieme buitenlandse bankrekening…
Maar dat had ik je toch ook zélf kunnen verklappen, schatje? Voor die informatie had je mijn arme uitgever heus niet nodig! Gebruik je informatiesnelweg toch!
Oké… dat is ook weer geregeld, neem ik aan. Einde van het spoor dat je dacht gevonden te hebben. Einde van het glimpje hoop dat je meende te zien oplichten aan het eind van de donkere tunnel waarin je terecht bent gekomen. Ook voor zijn uitgever is Chris Marlowe a perfect stranger, een illustere onbekende.
Nu probeer je wanhopig enige orde aan te brengen in de chaos van je gedachten:
* Wie verschuilt zich achter de schuilnaam Chris Marlowe?
* De échte schrijver Chris Marlowe… of iemand anders?
* Wie komt er in aanmerking om je op deze manier te kakken te zetten/ de stuipen op het lijf te jagen/ het bloed onder de roodgelakte nagels vandaan te pesten?
Je weigert nog steeds te geloven in mijn goddelijke gave: dat ik je zie, met het alziende oog van de ziel; dat ik je innerlijke stem hoor met mijn innerlijk oor.
Je verkiest het nog steeds te geloven in minuscule verborgen camera’s, in afluisterapparatuur die her en der in huis en misschien zelfs tot in je wagen toe moet zijn verstopt.
Best wel paranoïde hoor, zoals je je post doorneemt op zoek naar sporen die erop kunnen wijzen dat ze werd geopend.
Je durft je huis niet meer uit, want je bent bang dat ik daarbuiten op de loer lig met mijn verrekijker-met-infrarood-televizier… en ik zoom in, zoom in, zoom in op jou.
Maar ook in huis voel je je niet langer veilig, want waar heb ik mijn kijk- en luisterspeeltjes in godsnaam verstopt?
Je hebt al twee keer grote schoonmaak gehouden.
Je hebt de spiegel in je badkamer met je ladyshave aan diggelen gegooid. Scherven brengen geluk, zeker?
Je hebt niets gevonden dat ook maar in de buurt komt van een kijk- of luisterspeeltje. O ja, een verloren oorbel… dat wel (die was onder de sofa gerold).
Je denkt: ‘Ik moet iets over het hoofd gezien hebben. Misschien heeft hij zijn alziende ogen verstopt in mijn kijkkastje, zijn alhorende oren in mijn stemmendoos.’
Je demonteert televisie en radio. Je prutst je leeslamp open. Je staat een tijdje broeierig naar je koelkast te staren, maar laat die dan toch maar met rust. Nu valt je blik op je personal computer.
Je kunt àl die apparaten toch niet demonteren? (Toch wel… In een paranoïde vlaag van regelrechte waanzin, bijvoorbeeld.)
In je gedrag tekent zich een duidelijke lijn af. Je flirt met metempsychose of zielsverhuizing. Je bent een personage geworden uit een roman van Chris Marlowe: een paranoïde schizofreen of een perverte mythomaan, kies zelf maar uit.
Zou het je niet veel rustiger stemmen, mijn dom blondje, als je van me aannam, zonder tegenstribbelen, dat ik je kan zien? Dat ik je kan zien, waar en wanneer ik dat wil? Dat ik je innerlijke stem afluister met mijn innerlijk oor?
Wij tweetjes zitten nu eenmaal op dezelfde golflengte. Hello, I love you, will you tell me your name? En die golflengte van ons, die wordt prettig gestoord. Do you read me?
Zodra je zo ver heen bent – dat je gelooft dat ik je kan zien en kan horen, dat ik je gevoelens kan voelen en je gedachten kan denken - hoeft al deze treurige poespas niet langer.
Lever je gewoon aan mij over, schatje… en alles is voorbij.
Lever je gewoon over aan mijn wensen, mijn verzuchtingen, mijn plannen met jou… en alles komt in orde met ons.
Dan hoef jij je niet langer zorgen te maken over deze… randfenomenen. Als je niet oplet, drijven ze je nog tot het soort krankzinnigheid dat je mij tot drie keer toe – namelijk telkens naar aanleiding van het verschijnen van een nieuw boek – in de schoenen hebt geschoven… En dat zou je toch niet willen, hé? Dat zou je toch niet willen?
Maar nee, nee, nee… Je denkt nog steeds – tegen beter weten in - dat je mij, dat je dit virus dat steels in je systeem is geslopen, te lijf kunt gaan met puur rationele middelen.
Jij, de IJzeren Maagd – 100% ratio, 0% emotie.
Het irrationele laat zich evenwel niet bekampen met de wapens van de ratio, schatje. Een emotie laat zich niet tot zwijgen brengen door de rede. Een geest sla je niet knock out en een spook kun je niet opsluiten.
Ik ben overal & nergens, ik heb je gevangen in mijn World Wide Web en je bent aan mijn grillen overgeleverd, liefje, ook al is dat nog niet volkomen tot je brein van domme blondje doorgedrongen.
Je ontsnapt niet aan mij. Ben jij de vlieg, dan ben ik de spin. Hello, I love you, will you tell me your name?
Stel nu, denk je… Stel dat de pulpschrijver Chris Marlowe niét achter deze mailtjes zit die door ene Chris Marlowe werden gesigneerd… wie dan wel?
Wie komt, behalve Pulphoofd Marlowe, nog in aanmerking om mij op deze manier te jennen?
Als je deze oorlog wil winnen, moet je in de aanval gaan – denk je. Moet je die stalker van je vinden voor hij besluit je levensloop niet alleen virtueel te wissen.
Uithuilen bij de politie heeft geen zin. Gesteld dat je het idee al zou kunnen verdragen dat perfecte vreemden, via deze mailtjes, in je diepste, intiemste zelf zouden kijken en in je onwelriekende innerlijke potjes roeren… Nee, dan nog… Dan nog zou de politie niks voor jou kunnen doen.
Deze oorlog moet je alleen winnen. En je kunt het alleen van me winnen door in de aanval te gaan. Denk je. Door je stalker te ontmaskeren voor hij jou geheel en al ontmaskert.
Wie komt er, behalve Pulpkop Marlowe, zoal in aanmerking om je op deze wijze te stalken?
Je pijnigt je hersenen van dom blondje.
Je meent over een paar aanwijzingen te beschikken: hij of zij moet hoe dan ook in staat geweest zijn de levensloop op je website te wissen. Daar had hij of zij een geheime code voor nodig. Wie kende je wachtwoord, behalve jijzelf? Niemand. (Paranoïde bedoening hé: straks ga je er jezelf nog van verdenken jezelf te stalken – dat zou aardig schizofreen zijn op de koop toe, haha!)
Niemand?
Tenzij Stefaan, die knappe informaticus van de krant waar je voor werkt, de blik toch niet helemààl afgewend heeft toen je dat wachtwoord van je intikte… of daar op een andere, slinkse en voor een computeranalfabeet onachterhaalbare wijze achter gekomen is.
Stefaan… Zou het kunnen? Is het mogelijk?
Je hebt hem een paar jaar geleden een blauwtje laten lopen. Hij was getrouwd. Niet fanatiek, beweerde hij. Maar jij had zo je scrupules. (In werkelijkheid ben je altijd alleen maar bang geweest voor een al te diepgaande intieme relatie, zowel op het vleselijke vlak als in het domein van het geestelijke, omdat je die intimiteit van jou niet wil verliezen, omdat je die intimiteit van jou voor jezelf wil houden, omdat je niet wil dat ànderen, dat buitenstaanders, dat perfecte vreemdelingen in jouw stinkende innerlijke potjes roeren en walgend het hoofd afwenden van de walmen die daaruit opstijgen.)
Stefaan.
Is dit de Wraak van die o zo vriendelijke, best wel knappe Stefaan?
Hij heeft het je nooit kwalijk genomen, beweerde hij. Zei zelfs dat hij je volkomen begreep. Dat jullie in ieder geval vrienden konden blijven.
Nu ja, vrienden… Kennissen dus. Collega’s die aardig blijven voor elkaar.
Stefaan is een Internaut.
Stefaan is een computerfreak.
Stefaan is informaticus… informatie vergaren is zijn vak.
Stefaan is een technisch wonderkind.
Stefaan is een nerd.
Stefaan kent alles van verborgen camera’s, van afluisterapparatuur. De krant waar jullie allebei voor werken, doet wel eens aan ‘onderzoeks-journalistiek’, undercover opdrachten met andere woorden. Stefaan zorgt in dat geval telkens voor de nodige spulletjes. Stefaan… de spin in het World Wide Web?
Je kunt het nauwelijks geloven. Maar zoals in elke rechtgeaarde misdaadroman heeft deze verdachte een motief en heeft hij ook de gelegenheid… wat hem van de weeromstuit méér maakt dan zomaar een verdachte.
Stefaan… Chris Marlowe? Je hebt gebruik gemaakt van je vibrator met Stefaan voor ogen, good vibrations yesyes! Je vibreerde dat het een aard was, dat horen en zien vergingen, oh ja, geef me meer & meer & meer!
Kunnen mensen zo diep vallen?
Mannen in ieder geval wel. Mannen zijn geen mensen. Als vrouwen van de planeet Venus komen, dan zijn de mannen afkomstig van Mars.
Stefaan… totaal geschift?
Prettig gestoord, ja, dat is hij af en toe wel. Zó prettig dat hij zelfs jou bij tijd en wijle aan het lachen maakt. Zelfs joù, de humorloosheid in eigen persoon! Zelfs joù, de IJzeren Maagd!
Stefaan… Is het mogelijk?
Je bent erg in je schik met dit houvast dat je meent gevonden te hebben. Het geeft je tenminste de gelegenheid iets te doén. Het geeft je de illusie dat je in actie kunt komen tegen je belager, dat je in de aanval kunt gaan, dat je kunt reageren. Een tactiek uitstippelen, een strategie bedenken.
Stefaan… een psychopaat?
Iemand de stuipen op het lijf jagen, daar krijgt een psychopaat een kick van. Jij moet Stefaan bijgevolg discreet en diplomatisch duidelijk maken dat je immuun bent voor de stuipen. Dan is de lol eraf en kan hij zijn spelletje met een ander gaan spelen. Schuilt Stefaan niet achter de schuilnaam Chris Marlowe, dan is er nog altijd geen kind overboord. Misschien kun je uit zijn reactie zelfs opmaken of hij ‘m is of niet.
Het Domme Blondje grijpt naar haar telefoonklapper en tikt het nummer in van Stefaan, de best wel knappe vent van de krant die haar pleegt uit te kleden met zijn ogen, maar jammer genoeg voor het Domme Blondje gehuwd is – zij het niet fanatiek. Zij vervormt haar stem niet wanneer zij hem toespreekt – maar haar stem klinkt haar zo al vreemd genoeg in de oren. die verkoudheid hé.
domme blondje (zo luchtig mogelijk): Hallo! Spreek ik met Mesjogge Marlowe?
stefaan (klinkt onschuldig): Euh?
dom blondje (vrolijk): Jaja, want Marlowe leeft hé?
stefaan (geïrriteerd): Ik begrijp niet wat… Wie…?
dom blondje: Grapje, Stefaan. Grapje. Ik ben het.
stefaan: Ah… ja? En wie mag jij dan wel zijn?
dom blondje: Daar ben ik nog niet helemaal uit, vrees ik. En jij, Stefaan?
pauze.
dom blondje: Heb jij er enig idee van, Stefaan, waarom een dom blondje een doorzichtige brooddoos in haar tasje heeft zitten?
stefaan: Luister eens… Als dit een grapje is, dan…
dom blondje: Kan ze zien of ze naar het werk gaat of van het werk komt.
Stefaan klonk zo afgemeten. Zo afstandelijk.
Hij wist het echt niet, denk je.
Hij wist echt niet wie hij aan de lijn had.
Hij herkende je stem niet eens!
Dat zegt echt wel wat over de indruk die jij op hem nagelaten hebt. Maar wat zegt het over de vraag of hij al dan niet schuilt achter het masker van Marlowe?
De moed zakt je in de schoenen. Bruusk heb je de verbinding verbroken.
Daar gaat je experiment. Je kunt het niet aan. Je bent hier nog niet klaar voor.
Maar je bent wel klaar voor mij, mijn allerliefste domme blondje.
Do you read me?
O ja, ik ontvang je klaar en duidelijk.
En je bent klaar voor mij, mijn ijzeren maagd.
Je bent zo stilaan niet langer half-, je bent zo stilaan compleet gààr!
Je uitverkoren aarsvijand
Stefaan kent alles van verborgen camera’s, van afluisterapparatuur. De krant waar jullie allebei voor werken, doet wel eens aan ‘onderzoeks-journalistiek’, undercover opdrachten met andere woorden. Stefaan zorgt in dat geval telkens voor de nodige spulletjes. Stefaan… de spin in het World Wide Web?
Je kunt het nauwelijks geloven. Maar zoals in elke rechtgeaarde misdaadroman heeft deze verdachte een motief en heeft hij ook de gelegenheid… wat hem van de weeromstuit méér maakt dan zomaar een verdachte.
Stefaan… Chris Marlowe? Je hebt gebruik gemaakt van je vibrator met Stefaan voor ogen, good vibrations yesyes! Je vibreerde dat het een aard was, dat horen en zien vergingen, oh ja, geef me meer & meer & meer!
Kunnen mensen zo diep vallen?
Mannen in ieder geval wel. Mannen zijn geen mensen. Als vrouwen van de planeet Venus komen, dan zijn de mannen afkomstig van Mars.
Stefaan… totaal geschift?
Prettig gestoord, ja, dat is hij af en toe wel. Zó prettig dat hij zelfs jou bij tijd en wijle aan het lachen maakt. Zelfs joù, de humorloosheid in eigen persoon! Zelfs joù, de IJzeren Maagd!
Stefaan… Is het mogelijk?
Je bent erg in je schik met dit houvast dat je meent gevonden te hebben. Het geeft je tenminste de gelegenheid iets te doén. Het geeft je de illusie dat je in actie kunt komen tegen je belager, dat je in de aanval kunt gaan, dat je kunt reageren. Een tactiek uitstippelen, een strategie bedenken.
Stefaan… een psychopaat?
Iemand de stuipen op het lijf jagen, daar krijgt een psychopaat een kick van. Jij moet Stefaan bijgevolg discreet en diplomatisch duidelijk maken dat je immuun bent voor de stuipen. Dan is de lol eraf en kan hij zijn spelletje met een ander gaan spelen. Schuilt Stefaan niet achter de schuilnaam Chris Marlowe, dan is er nog altijd geen kind overboord. Misschien kun je uit zijn reactie zelfs opmaken of hij ‘m is of niet.
Het Domme Blondje grijpt naar haar telefoonklapper en tikt het nummer in van Stefaan, de best wel knappe vent van de krant die haar pleegt uit te kleden met zijn ogen, maar jammer genoeg voor het Domme Blondje gehuwd is – zij het niet fanatiek. Zij vervormt haar stem niet wanneer zij hem toespreekt – maar haar stem klinkt haar zo al vreemd genoeg in de oren. die verkoudheid hé.
domme blondje (zo luchtig mogelijk): Hallo! Spreek ik met Mesjogge Marlowe?
stefaan (klinkt onschuldig): Euh?
dom blondje (vrolijk): Jaja, want Marlowe leeft hé?
stefaan (geïrriteerd): Ik begrijp niet wat… Wie…?
dom blondje: Grapje, Stefaan. Grapje. Ik ben het.
stefaan: Ah… ja? En wie mag jij dan wel zijn?
dom blondje: Daar ben ik nog niet helemaal uit, vrees ik. En jij, Stefaan?
pauze.
dom blondje: Heb jij er enig idee van, Stefaan, waarom een dom blondje een doorzichtige brooddoos in haar tasje heeft zitten?
stefaan: Luister eens… Als dit een grapje is, dan…
dom blondje: Kan ze zien of ze naar het werk gaat of van het werk komt.
Stefaan klonk zo afgemeten. Zo afstandelijk.
Hij wist het echt niet, denk je.
Hij wist echt niet wie hij aan de lijn had.
Hij herkende je stem niet eens!
Dat zegt echt wel wat over de indruk die jij op hem nagelaten hebt. Maar wat zegt het over de vraag of hij al dan niet schuilt achter het masker van Marlowe?
De moed zakt je in de schoenen. Bruusk heb je de verbinding verbroken.
Daar gaat je experiment. Je kunt het niet aan. Je bent hier nog niet klaar voor.
Maar je bent wel klaar voor mij, mijn allerliefste domme blondje.
Do you read me?
O ja, ik ontvang je klaar en duidelijk.
En je bent klaar voor mij, mijn ijzeren maagd.
Je bent zo stilaan niet langer half-, je bent zo stilaan compleet gààr!
Je uitverkoren aarsvijand


3 reacties:
Het Domme Blondje Denkt (!):
Als ik ook maar 1 greintje angst laat blijken voor mijn stalker, haalt hij zijn slag thuis. Dat soort volk schept er een sardonisch genoegen in te zien welke interessante effecten hun pesterijen sorteren. Gun hem of haar een pleziertje, en je raakt nooit meer van hem of haar verlost.
Maar wat mij nog het meest beklemt, is dat hij of zij zo akelig dicht in de buurt komt van wie ik ben. Dat hij of zij niet alleen mijn uiterlijke verschijning kan zien, maar ook mijn innerlijke stem kan horen. Alsof Christopher Marlowe niet de geest van Chris Marlowe binnen is geslopen, maar Chris Marlowe geheim agentje speelt in mijn geest waarvan ik altijd dacht dat hij mijn enige en onvervreemdbare eigendom was, mijn geheime schat, eeuwig en altijd alleen van mij en van mij alleen, waar ik mij ongestoord kon uitleven in alle privacy, in het gezelschap van uitsluitend mezelf - het enige gezelschap dat ik langer dan vierentwintig uur kon uitstaan. Maar nu blijkt er ergens diep in mij een spion actief te zijn die mijn gedachten en mijn gevoelens afluistert, om ze vervolgens in geschifte teksten te gieten die zo uit de door mij eindeloos verafschuwde koker van Chris Marlowe hadden kunnen stromen.
Ik kuch mijn droge kuchje. Die verdomde verkoudheid ook. En dan die rotmedicijnen. Ik word er zo slaperig van. Ik krijg er vreemde dromen van, die – zo stel ik tot mijn grote ontsteltenis vast – bij nader inzien slechts een flauwe kopie blijken van wat mij tegenwoordig in de werkelijkheid van een doordeweekse dag in november zoal overkomt.
Ik moet Chris Marlowe uit zijn tent lokken. Ik moet reageren, in actie komen. Alleen op die manier kan ik deze oorlog winnen.
Waarde Marlowe,
Je dreigementen laten me siberisch, al moet ik bekennen dat het grapje dat je met mijn website hebt uitgehaald, me behoorlijk verrast heeft. Een knap staaltje van deductie, hoewel de oplossing van het raadsel – achteraf bekeken – toch wel voor de hand lag.
Ik geef ook graag toe dat je een boel van me te weten bent gekomen, dat je me inderdaad vrij goed kent en dat je niet alleen in mijn website hebt ingebroken, maar ook aardig ver bent doorgedrongen in mijn privésfeer. Welke bedoelingen je daarmee hebt, blijft me zelfs na al die mailtjes van je nog altijd duister. Het zal mijn intellect van dom blondje wel zijn dat eens te meer ontoereikend blijkt om je ongetwijfeld uiterst interessante motieven te vatten.
Ga na deze bekentenissen nu asjeblief niet zweven, Chrisje. Je waant je een goddelijk wezen omdat je mij kunt zien en omdat je meent mijn innerlijke stem te horen. De minuscule cameraatjes en dito microfoontjes die je in dit huis hebt verstopt, zou ik evenwel allerminst de instrumenten noemen waarvan een goddelijk wezen zich bedient. God heeft geen behoefte aan instrumenten om alles te zien, te horen en te weten.
Evenmin geloof ik in die andere claim van je: dat je – zo meen ik het tenminste op te maken uit die ongelooflijk verwarde epistels van je – een soort reïncarnatie zou zijn van Christopher Marlowe. Je mag dan wel keurig alle gegevens op een rijtje zetten die vraagtekens kunnen oproepen bij de dood van Christopher Marlowe, dat betekent nog altijd niks. Je hebt enige geschiedkundige werken nagevlooid en daar een paar tot de verbeelding sprekende details uit opgevist, die je vervolgens buiten proportie hebt opgeblazen. (Dat is inderdaad ook een strategie waarvan Chris Marlowe zich wel eens bedient om zijn gore boekjes geschreven te krijgen.) Al die gegevens waren trouwens sowieso al te lezen op de website, waarvan je me het adres cadeau hebt gedaan.
Nee Chrisje, kom jij eerst maar even met een bewijs aandraven dat boven iedere twijfel verheven is en aantoont dat je werkelijk bent wie je beweert te zijn… En daarmee heb ik het dan niet alleen over de Chris Marlowe van Vrouwenvel, maar ook over de Christopher Marlowe van The Jew of Malta, om maar iets te zeggen.
Ik heb hier een citatenboek bij de hand – een vrij oud ding waarvan ik titel en samensteller niet bekend ga maken. Zullen we eens een kleine test doen, mijn toegenegen aarsvijand? Wat zou je ervan denken als ik je vijf citaatjes geef… Eén ervan is van Christopher Marlowe. De échte, welteverstaan. En jij vertelt me in je volgende mailtje welke van de vijf citaten van de hand is van je roemruchte voorzaat, als ik het zo mag uitdrukken. Maak je geen zorgen over de namen van de vier andere schrijvers. Die interesseren mij geen moer.
Vooraleer ik aan het werk ga en alle argumenten opsom waarom Marlowe niet gestorven kan zijn op het tijdstip, op de plaats en in de omstandigheden waarvan sprake is in de 'officiële versie van de feiten', stel ik voor dat je dus zelf maar eens aan de slag gaat. Bewíjs me dat je Christopher Marlowe bent…
Zul je daar een beetje boos en/of verongelijkt op reageren? Nu, dat moet dan maar, mijn waarde Chrisje. Als je nog maar een tiende bent van de schrijver die je beweert te zijn, besef je namelijk terdege dat niet alleen kritikasters (m/v) van een kritische ingesteldheid dienen te getuigen, maar ook hun slachtoffers: de schrijvers. En vooral dan de auteurs van historische romans, zelfs deze auteurs die het vooral te doen is om de horror in de historie.
Vijf citaten… Ik geef je 20% kans om juist te gokken. Zou jij even grootmoedig zijn, mijn toegewijde aarsvijand?
1.) Wij dwalen allemaal, maar iedereen dwaalt anders.
2.) Zwijgzaamheid in een dwaas zou al een teken van verstand zijn.
3.) De roem is als een rivier, die lichte en opgeblazen dingen boven doet drijven en zware en degelijke dingen doet zinken.
4.) Een tiran zwemt 't veiligst in een rode vloed.
5.) Ik heb nooit een gezelliger kameraad gevonden dan de eenzaamheid.
Vooral in dat laatste citaat moeten wij schizofrenen ons toch wel herkennen, nietwaar Chrisje?
Zoals je ziet, reken ik mezelf ook al tot het gezellige clubje der schizoïden. Maar er is wel iets van: iedere schrijver moet voor een stuk schizofreen zijn. Turend in het verblindend witte scherm van zijn tekstverwerker, wordt hij een ander mens en ontbindt hij zijn persoonlijke demonen. Schrijvers zijn nu eenmaal bezig met het scheppen en ontdubbelen van personages en wellicht heb jij je zo goed in een zeker personage ingeleefd, dat je nu denkt die persoon te zijn.
Veel schrijvers hebben ooit het gevoel beschreven dat de personages uit hun boeken al eens in hun werkkamer lijfelijk aanwezig leken te zijn. Dat ze over de schouder van de schrijver meelazen wat over hen geschreven werd. Soms hoorde de schrijver ze ademen, soms tikten ze hem op zijn schouder en fluisterden ze hem in het oor dat ze deze of gene zin op een totaal andere manier zouden zeggen.
Maar wanneer de schrijver ’s avonds zijn tekstverwerker afsloot, waarde Marlowe, dan kwam er altijd een eind aan dit spelletje. Dan sloeg hij zijn personages weer op waar ze thuishoorden: veilig weggestopt in een donker labyrint van bits en bytes, in het interne geheugen van zijn personal computer.
Jij hebt je personage niet opgeborgen, Marlowe: jij blijft Marlowe spelen als een acteur die een masker heeft opgezet en het nu niet meer van zijn gezicht krijgt, omdat de binnenkant met lijm was bekleed.
Als je faalt in de test die ik je heb voorgesteld, word je alsnog ontmaskerd als een bedrieger. Kun je me meteen ook maar eens vertellen waar je die cameraatjes en microfoontjes van je hebt verstopt en hoe je in mijn website bent ingebroken. Zal er tevens een einde gesteld worden aan je dreigementen. Zul je mij met rust laten…
… of ik schakel toch maar de politie in, want – mijn waarde aarsvijand -, jij mag in de waan verkeren dat je weet wie ik ben, ik verkeer in de quasi-zekerheid te weten wie jíj bent…
Met vriendelijke groeten van
Je allerliefste dom blondje.
Limerick
Een cowboy from the countryside,
die speelde Jekyll and Hyde.
’t Begon levensecht,
maar ’t eindigde slecht,
want hij is zichzelve nu kwyt!
Een reactie plaatsen