Moordspel "Doe-het-Zelf" Webwinkel

9.6.06

DOM BLONDJE - deel 5

Mijn dom blondje,
Tsja, daar zat je dan hé? Ten prooi aan toch wel heel uiteenlopende gevoelens: gefascineerd en tegelijk bang door een verhaal dat je zowel aantrekt als afstoot. Oké, wat hebben we? We hebben een dom blondje dat teleurgesteld is als ze terugkomt van haar reisje naar Londen (omdat ze erachter kwam dat Big Ben een klok is) en we hebben een weirdo die zich Chris Marlowe noemt en die het dom blondje stalkt. Hij meent zich in een willekeurige afbeelding op het Internet te herkennen in de zestiende eeuwse toneelauteur Christopher Marlowe. Van de werkelijkheid en zijn voyeuristische dromen, van de historische feiten en zijn fantastische hersenspinsels maakt hij een onsmakelijk soepje. De hypothese van de vrienden die een grap willen uithalen, schrijf je noodgedwongen af. Je bent trouwens niet in het bezit van zoiets als ‘intieme vrienden’. Je hebt niet eens een vriendje. Nooit gehad. Hoe kun je trouwens zien dat een dom blondje een vriendje heeft? Aan de afdruk van een gesp op haar voorhoofd. Rest dus de mogelijkheid van de gestoorde psychopaat die dringend psychiatrische hulp nodig heeft. Tenzij – want af en toe lijken mijn boodschapjes toch in die richting te wijzen -, tenzij het dus gaat om een beredeneerde wraakoefening van Chris Marlowe of een andere schrijver die door jou te kakken werd gezet en zich het pseudoniem Chris Marlowe heeft aangemeten om voor eens, maar ook voorgoed met jou af te rekenen. Je weet niet eens welke van deze mogelijkheden je voorkeur wegdraagt…
Oeps, een ingeving! Ik heb het over een site die ik op Internet gevonden heb, onder de titel ‘Marlowe lives’. (Je meent te weten dat data en periodes die ik vermeld onmogelijk kunnen kloppen. Dat ik al op mijn vijftiende vrolijk over het Internet dolde, bijvoorbeeld. Wijst dit nu in de richting van een psychopaat of in die van een beredeneerde wraakoefening waarrond een slordig verhaaltje geweven werd? Je zou het niet weten, maar het doet niets terzake. Daarom staat dit ook tussen haakjes.) ‘Marlowe lives’ dus. Misschien word je daar iets wijzer… Je gaat on line en terwijl je zoekmachine de desbetreffende site voor je opsnort, krijg je het gevoel een moderne magiër te zijn, die gebruik maakt van moderne toverwoorden. Geen ‘Sesam open u’ of ‘Abracadabra…’ maar zoiets als http://moordspelen.blogspot.com Hoewel je al vrij vaak door de virtuele wereld hebt gesurfed – en je in een chatbox zelfs ooit een tot de verbeelding sprekende schuilnaam hebt aangemeten, om ongestoord je seksule frustraties van je af te kunnen chatten - heb je nooit eerder dit gevoel gehad. Google heeft in 0,33 seconden zo ongeveer 920.000 resultaten gevonden voor ‘Marlowe lives’. En kijk… de eerste die je opent blijkt inderdaad aan een Marlowe Lives! Association toe te behoren, die ervan uitgaat dat Christopher Marlowe niet werd vermoord, maar werd verbannen... en dat hij voort bleef schrijven onder de schuilnaam William Shakespeare! En je komt in een avontuur terecht, zo ongelooflijk boeiend dat je urenlang op de website blijft ronddolen. Inderdaad, dat effect heeft het avontuur van mijn leven nu eenmaal op domme blondjes en/of ijzeren maagden. Uiteindelijk besluit je mij met een tweede reactie te vereren. Geen bericht waarin je me de huid vol scheldt omdat ik je zoveel o zo belangrijke tijd doe verliezen, nee… Een comment (dat ik per ongeluk gewist heb, sorry hé) waarin je me heel oprecht bedankt voor de schat aan informatie die ik je via de toverspreuk ‘Marlowe lives’ heb bezorgd. En tegelijk probeer je me ook uit mijn tent te lokken, natuurlijk. ‘Ik heb uiteraard nog niet alles in detail kunnen lezen, maar wat ik wel heb gelezen, vind ik bijzonder boeiend,’ schrijf je. ‘Anderzijds heb ik toch ook mijn twijfels bij de daar aangeboden informatie. Het is allemaal zo spectaculair en sensationeel… Los van de gegevens vond ik in de website ook de foto van Christopher Marlowe waarmee jij je blijkbaar zo identificeert. Zolang je me geen pasfoto of zo toestuurt, ben ik uiteraard niet in staat om uit te maken of je op de historische Christopher Marlowe lijkt, maar ik wil best geloven dat dit het geval is. Ik neem ook aan dat jij je als jonge schrijver die - het dient gezegd - reeds een zeer persoonlijke stijl hanteert, op de één of andere manier verbonden voelt met de man die naar je zegt zo sterk op je lijkt.’ Wat een geslijm, schatje! Wat een geslíjm! ‘Maar “verbonden voelen” is nog wat anders dan geloven dat je die persoon ook werkelijk bént… Ik weet dat veel mensen in hun leven wel eens een rol spelen en ik geef toe dat de omstandigheden hen daar nogal eens toe verplichten. (Ik speelde zelf ook maar al te vaak mijn rolletje van lerares, toen ik nog voor de klas stond). Maar het wordt wel heel gevaarlijk als wij geen onderscheid meer kunnen maken tussen de rol die we spelen en de mens die we werkelijk zijn…’ Wat een neerbuigend, halfzacht en ongeloofwaardig geslíjm, zeg! Meen je dat nou echt? Meen je nu echt dat ik mij door jouw maternalistisch gedoe zou laten afbrengen van m’n vuige maar niettemin geniale plannen? Je hebt er nog altijd niets, maar dan ook niéts van begrepen hé? Nu ja, wat kun je anders ook verwachten van een dom blondje dat haar bril afzet bij een alcoholcontrole, omdat ze gelooft dat het dan wel weer twee glazen scheelt. Het scheelde in feite maar één hààr, mijn domste domme blondje, of je had nog iets geschreven in de zin van: ‘Doe zo voort, jonge collega, je bent op de goede weg!’ Eerlijk gezegd, getuigt dit allemaal – alweer! - van een nogal fikse portie eigendunk van jouw kant. Dat jij, een kritikaster (m/v) enige moederlijke goeie raad zou willen geven aan een meer dan vierhonderd jaar oude klassieker uit de wereldliteratuur… kom nou! Nu goed, laten we daarover maar niet verder emmeren. Waarom gooit een dom blondje immers een emmer water over de computer? Kan ze surfen op Internet, nietwaar. Je hebt jezelf nu eenmaal niet gemaakt en wij moeten hoe dan ook tot enige samenwerking komen, want over een alternatief beschik ik jammer genoeg niet. Laat me je één ding vertellen, mijn ijzeren maatje… Het gebeurde heus niet van de ene dag op de andere, dat proces van assimilatie… Het vergde vele weken – maanden zelfs – waarin ik er naast mijn eigen vertrouwde ‘ikje’ een ‘ikje’ bijkreeg: dat van Christopher Marlowe. Er wonen nu twee ‘ikken’ in mij: mijn tweelingbroer van lang geleden en ikzelf. Wij betrekken allebei hetzelfde lichaam en wij stellen het daar goed, ook met elkaar, alstublieft, dankuwel. Ik heb toegang tot zijn gevoelens en gedachten en hij tot die van mij, en wij voelen en denken met elkaar mee en… en ik zal nooit meer eenzaam zijn. Ik niet. Mijn vader – de schoenmaker – is altijd een groot liefhebber geweest van rockmuziek. Hij heeft nog een hele collectie oude vinylplaten, die hij ook regelmatig draait. Op één van die platen, van een zekere Ian Hunter, komt een liedje voor met een regel tekst die nogal tot mijn verbeelding spreekt: ‘You’re never alone with a schizofrenic.’ (En Hans Plomp – ’t was toch de ondertussen alreeds glad vergeten Ollander Plomp? – schreef eerder al Een schizofreen is nooit alleen, maar dit geheel terzijde zoals Brusselmans, H. het weleens pleegt uit te drukken.) Je bent nooit alleen met een schizofreen, mijn dom blondje. Dat is een geruststellende gedachte. Ik bedoel: dat je nooit meer alleen hoeft te zijn. Dat je schizofreen zou wezen, is uiteraard - qua idee - een stuk minder aanlokkelijk. Maar ik ben niet geestesziek. Ik niet. En dat zal ik je gedurende de komende dagen, weken en/of maanden bewijzen. Neem dat maar van me aan. Ik heb wél gedurende de eerste vijftien jaar van mijn leven voortdurend het gevoel gehad alleen te zijn, zonder mensen om me heen die me werkelijk begrepen, voor wie ik echt iets betekende. Sinds ik ChristopherMarlowe leerde kennen, is die periode echter voorgoed voorbij. Marlowe leeft, liefje. Marlowe leeft in mij… en ook daar moet hij zijn redenen voor hebben, stel ik mij zo voor. Telkens ik naar mijn portret kijk, naar het portret van Christopher Marlowe dat als twee druppels water op mij gelijkt, naar de man die ik ooit worden zal, zelfs al is hij reeds vierhonderd jaar dood… telkens ik mijn computer inschakel en mij naar de site begeef waar Marlowe leeft en daar in zijn ogen kijk die mij verleiden en hypnotiseren… telkens word ik een stukje meer Marlowe. Maar dat geeft niet, er is genoeg plaats in mij - voor mij en voor een tweelingbroer. Wij lijken niet alleen lichamelijk sterk op elkaar, ook geestelijk zijn wij zowat elkaars spiegelbeeld, en ik kan het weten. Wij horen bij elkaar. Wij wisselen ervaringen uit, ik kan nog zo veel van hem leren. Hij leert mij zijn dromen, zijn ideeën, zijn verleden en zijn toekomst kennen. Ik hou van hem, geloof ik. Ik ben nooit meer alleen. Ik weet niet hoe ik moet beschrijven wat er precies met mij aan de hand is. Jij, een professionele tekstverwerkster, kunt misschien je voordeel doen met de volgende vergelijking: ik was een document, eerst blanco nog, Word 97, en gedurende de eerste vijftien jaar van mijn leven werd daar een verhaal in geschreven, standaard lay out, lettertype Times New Roman… en toen, en zelfs nu nog – terwijl ik naar dat portret keek, en telkens ik naar dat portret kijk – werd en wordt er een document ‘ingevoegd’, eveneens met het programma Word 97, standaard lay out, lettertype Times New Roman… Een document dat weliswaar onder de map ‘Christopher Marlowe’ thuishoort, maar dat qua opmaak dus perfect bij mij, bij het reeds bestaande document past. Zo wordt mijn document steeds groter, word ik steeds verder aangevuld met steeds meer stukjes ‘Christopher Marlowe’. Je kunt het ook zo vergelijken, mijn ijzeren maagdje (want ik weet dat je van mooie metaforen houdt): als onze Schepper een schrijver is, die net als jij en ik in de weer is met een tekstverwerker, dan heeft die ooit een document opgeslagen onder de naam ‘Christopher Marlowe’ en dan heeft hij later dit document gekopieerd en na een paar kleine toevoegingen mijn naam gegeven. Ik weet niet hoe het werkt, ik heb er geen verklaring voor. Ik weet alleen dàt het werkt. Van een computer weet ik ook niet hoe die precies werkt, en ik neem aan dat een dom blondje dat evenmin weet. (Wat is een dom blondje met twee balen stro? Een dom blondje met een extern geheugen!) Maar dàt hij werkt, weten we allebei. Als je boven een document met je naam erop de icoontjes ‘kopiëren’ en ‘plakken’ aanklikt, dan zul je het volgende ogenblik een kopie van dat document in je computer hebben zitten, en klik je de functie ‘invoegen’ aan, dan kun je om het even welk ander document in je huidig document invoegen. Het werkt, zeer zeker. We weten alleen niet hoe. Zo is het ook met mij en met Christopher Marlowe. Zo is het gesteld met de persoon die jou deze boodschappen stuurt en die eigenlijk uit twee ‘ikken’ bestaat. Ik heb ze – allebei samen - voor het gemak ‘Chris Marlowe’ genoemd, want ik ben nu méér dan ik was voordat Christopher ten tonele verscheen, terwijl ik toch ook niet uitsluitend Christopher ben. Is het magie? Is het de magie van de virtuele werelden die opgeroepen worden door het World Wide Web? Werelden die bestaan, en toch weer niet? We zien beelden op ons scherm verschijnen, we horen stemmen en muziek uit de boxen van onze computer knallen… En ze zijn er en ze zijn er niet, mijn dom blondje. Nee, ik weet niet hoe het werkt. Ik weet alleen dàt het werkt. Ik begeef mij naar de site waar Chris Marlowe leeft, ik kijk in zijn ogen op zijn virtuele portret… en ik ontvang zijn herinneringen, rechtstreeks, alsof er een modem in mijn hoofd zit die aangesloten is op de telefoonlijnen van het verleden.
CM

DB
(= niet Deci Bel)
(= Dom Blondje)


Als Christopher Marlowe werd ik ook wel eens ‘Kit Marlowe’ genoemd. Mijn moeder heette Catherine en mijn vader John – hij was een eenvoudig schoenlapper. Ik werd geboren op 26 februari 1564 in het stadje Canterbury… en jij? Waar en wanneer werd jij geboren?
Right! All right!
Maar ik werd dus geboren op etcetera etcetera… twee maanden voordat William Shakespeare zijn opwachting zou maken in deze wereld. Ik werd de ‘morgenster’ van de poëzie uit de Elizabethaanse periode genoemd – koningin Elizabeth I regeerde toen over Engeland – en hebben ze joù soms ooit de ‘morgenster’ van wat dan ook genoemd, mijn ijzeren maagdje?
Op mijn vijftiende had ik al bewezen terdege onderlegd te zijn in de grammatica en het plegen van verzen. De plaatselijke aartsbisschop verleende mij een beurs om mijn opleiding te voltooien aan de King’s School in Canterbury en twee jaar later – op mijn zeventiende! – werd ik ingeschreven aan de universiteit van Cambridge. Nog terwijl ik daar studeerde, werd ik gerecruteerd door de Geheime Dienst van Hare Majesteit. Ik was drieëntwintig toen ik mijn eerste triomfen vierde als toneelschrijver voor de Admiral’s Men uit Londen.
Drieëntwintig!.. Waar stond jij op je drieëntwintigste? Laat mij het je vertellen: jij stond voor de klas. Domme spelfouten te verbeteren van zo mogelijk nog dommere blondjes.
En waar sta jij nu, mijn schatje?
Drieëndertig is de leeftijd waarop Christus stierf aan het kruis, waarop een man of een vrouw – met andere woorden – op het toppunt van zijn of haar kunnen én roem hoort te staan.
Sta jij nu op het toppunt van je kunnen en je roem, liefje?
Gaat het nog bergop of gaat het al bergaf met jou?
En hoe bang ben je daarvoor, schatje?
Hoe bang ben je dat je dat eenzame en bijgevolg onnoemelijk trieste hoogtepunt van jou al hebt bereikt en dat het nu alleen nog bergaf kan gaan met je zogenaamd scherpzinnige intellect, met je koele gletsjerblauwe ogen, met je honingblonde haren die zacht glanzen in het licht van de winterzon, met je tietjes die ooit zo fier rechtop stonden… maar niemand heeft ze ooit gezien, niemand heeft ze ooit bewonderd… en straks gaan ze hangen, mijn hartendiefje, straks gaan ze hangen en dan zijn al hun kansen verkeken om nog ooit bewonderd te worden. Net als de jouwe.
De ‘morgenster’ van de Elizabethaanse poëzie daarentegen was op zijn drieëndertigste al lang dood verklaard door een koninklijke lijkschouwer, en dus onsterfelijk… Was op zijn drieëndertigste al lang beroemd geworden in de hele beschaafde wereld met stukken over ketters, magiërs en schurken als Tamburlaine, het onovertroffen Doctor Faustus of The Jew of Malta.
Christopher Marlowe, mijn dom blondje, was nog geen dertig geworden toen hij een onooglijk havenstadje opzocht, niet ver van Londen. Op de dertigste mei was dat, een woensdag in het Jaar Onzes Heren 1593.
De pest is in Deptford. De zwarte dood waart rond in de straten van Deptford. En hier - in deze contreien van dood en verderf, van misdaad en zonde -, hier is het dat ik, Christopher Marlowe, tijdgenoot en collega-dichter van de grote William Shakespeare, een afspraak heb met de Geschiedenis. Hebt jij al ooit een afspraak gehad met de Geschiedenis, mijn ijzeren maagdje?
De Geschiedenis komt tot mij in de gedaante van Ingram Frizer, Nicholas Skeres en Robert Poley. Wij ontmoeten elkaar in de herberg van de jonge knappe weduwe Eleanor Bull, een bovenstebeste vriendin van me. En niets méér dan een vriendin. Want ik heb het niet zo voor vrouwen, zelfs niet voor mooie vrouwen. Ik val namelijk op knappe mannen. Je hoeft je in dat opzicht dus geen zorgen te maken over mij en mijn relatie tot jou, liefje. Onze verhouding zal er één blijven van louter platonische aard.
Ingram Frizer, Nicholas Skeres, Robert Poley, Eleanor Bull en ik – wij zijn de hoofdrolspelers in het drama dat zich zo meteen zal voltrekken. Een drama in alle betekenissen van dat woord, maar vooral in de meest pure zin: die van een schouwtoneel. Wij zijn de spelers… en ieder speelt zijn rol, ieder krijgt zijn deel.
Wij praten wat, wij drinken wat, wij eten en maken ’s middags een korte wandeling in de tuin achter de herberg van de schone Eleanor, terwijl daarbuiten de pest heerst en de Zwarte Dood verse slachtoffers maakt. We gebruiken samen een laatste avondmaal en drinken en discussiëren daarna verder. Het is al laat geworden wanneer er plotseling een ruzie ontstaat tussen Frizer en mezelf. Later kunnen Skeres en Poley, evenmin als de schone Eleanor, zich nog herinneren wat nu precies de oorzaak was van onze twist. Ging het om een meisje (!) (!?) of werden we het niet eens wie moest afrekenen?
Hoe dan ook, achteraf verklaart elk lid van dit illustere gezelschap – uitgezonderd ikzelf natuurlijk, want officieel verkeerde ik toen niet meer in het land van de levenden – dat het Christopher Marlowe was die plotseling naar de dolk van Frizer greep en hem daarmee verwondde aan het hoofd. Frizer verweerde zich en slaagde erin mij de dolk af te nemen. Tijdens het gevecht dat daarop volgde, bezorgde Frizer mij een steekwond van vijf centimer diep, vlak boven het rechteroog.
Mijn doodsstrijd was verschrikkelijk. Ik stierf, krijsend als een varken dat wordt geslacht, en braakte daarbij de meest godslasterlijke vloeken uit.
Men haalde er de nachtwacht bij. De volgende ochtend werd Ingram Frizer gearresteerd door de koninklijke lijkschouwer. Een jury van zestien personen verhoorde de ooggetuigen. De uitspraak volgde snel: Frizer had uit noodweer gehandeld. Amper achtenveertig uur na mijn gewelddadige dood werd ik, op 1 juni 1593, in allerijl begraven. Ingram Frizer werd kort daarop vrijgelaten.
Tot zo ver de officiële versie van de feiten, die mij al in 1593 dood en begraven verklaart. Maar jij weet wel beter, hé mijn dom blondje? Jij hebt de website waar Marlowe leeft ook al gelezen. Bovendien, kritische geesten zoals de jouwe, die zullen toch wel in één oogopslag een aantal ‘onnauwkeurigheden’ vinden in deze ‘officiële versie van de feiten’, neem ik aan?
Kortom, schatje, je weet best dat het relaas van mijn lijden en dood, zoals dat algemeen aanvaard werd en door eminente geschiedschrijvers bevestigd wordt, onmogelijk kan stroken met de werkelijkheid. Je weet het en ik weet het en de mensen die de website hebben gemaakt waarop Marlowe leeft en de mensen die deze website bezoeken… zij weten het ook.
Maar dat is niet voldoende, liefje. O nee, dat is lang niet voldoende. Ik wil dat de Wereld het weet. En ik wil dat jij de enige echte Waarheid openbaart aan de Wereld, want jij bent mijn Uitverkorene, liefje. Jij bent mijn uitverkoren kritikaster (m/v).
Bijgevolg zou ik je dan ook vriendelijk doch dringend willen verzoeken mij A.S.A.P. mede te delen waarom ik, volgens jou, niet gestorven kan zijn op het tijdstip, op de plaats en in de omstandigheden waarvan sprake is in de ‘officiële versie van de feiten’. Je antwoord dient je diepste overtuiging te weerspiegelen, schatje, en bovendien moet het ook correct zijn. Indien één van beide niet het geval is, zal ik daaruit besluiten dat je a.) mij niet ernstig neemt en b.) weigert met mij samen te werken. Dat zou verschrikkelijk jammer zijn – voor mij én voor jou -, want dan zal ik mij gedwongen zien je levensloop niet alleen virtueel uit te wissen, maar er ook daadwerkelijk een punt achter te zetten.
Je toegenegen
Kit Marlowe!

0 reacties:

Geld verdienen met een blog over je hobby? Het kan hier:

Neem een kijkje op Patrick Bernauw Online Squidoo voor een origineel teambuilding moordspel of stadsspel!...
Of beter nog, maak zelf een "lens" bij Squidoo, over je passie, je hobby, je idool,... Het is makkelijk en je verdient er nog een centje aan!
 
Neem hier een vliegende start: